`
logo_eind-01.png

Wapen

Onze schutterij schiet met de kruisboog of de voetboog, een variant van de kruisboog. Het is een wapen waarmee enkel korte pijlen afgeschoten worden.

Hoe ziet zo’n kruisboog eruit?

Zoals je ziet op de afbeelding bestaat een kruisboog uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen zijn sinds de middeleeuwen op elk vlak verbetererd en verfijnd. Zo is de boogstaaf tegenwoordig vervaardigd uit staal of aluminium en niet meer uit eikenhout of esdoornhout. De boog haalt dan ook snelheden tot 100m/s.

De boogstaaf wordt bevestigd aan de kolf. Vaak gebeurd dit door henneptouw, linnen of ander sterk bindmateriaal.

De kruisboog heeft, naast de boogstaaf en de kolf, ook een pees. Die wordt gemaakt van sterke vezels die moeilijk rafelen. De pees wordt door de noot op zijn plaats gehouden als de boog gespannen is. De noot, die bestaat uit een cilindrisch stukje hoorn of metaal, vind je meestal aan het einde van het pijlplatform, de lade. Dat is een plat gedeelte met een rechte groef waar de pijl op ligt en langs glijdt bij het afvuren. De noot heeft ook een keepje waarin de pees kan rusten. Aan de onderkant is er een richel waar een staaf tegenaan drukt. Deze voorkomt dat de noot wegdraait en de pees lost. Deze staaf of blokkeerstaaf wordt door de veer op de juiste plaats gehouden. De veer vervolgens zorgt ervoor dat bij het weer naar achterhalen van de pees, de noot automatisch geblokkeerd wordt.

Verder heeft de kruisboog ook nog een trekker. Deze werden al in de vroege 15e eeuw gebruikt voor kruisbogen. Leonardo da Vinci bijvoorbeeld ontwierp al complexe trekkersmechanismes voor de kruisboog.

Nu wegen de kruisbogen zo’n 12 à 14kg. Dat was vroeger heel anders: toen waren het loodzware grote kruisbogen die een erg kleine spankracht hadden.

 

 

Vanwaar komt de kruisboog?

De kruisboog kent een eeuwenoude geschiedenis. In China bijvoorbeeld was de kruisboog al erg goed ontwikkeld in 200 v.C. Toch liet het gebruik van de kruisboog in West-Europa nog op zich wachten en bovendien waren deze bij hun ontwikkeling in West-Europa nog erg ruwe stukken hout of bot. Tussen de 9e eeuw en de 15e eeuw werden deze wapens het meeste gebruikt, maar vooral in de 12e eeuw tot en met de 15e eeuw kende de kruisboog zijn bloei.

Paus Urbanus II verbood het gebruik van de kruisboog tussen Christenen onderling in de 11e eeuw. Toch had de kerk geen enkel bezwaar tegen het gebruik van een kruisboog tegen ketters. Daarom ook dat de kruistochten aan de basis lagen van de algemene herinvoering van deze wapens. Later werd het vooral nog als jachtwapen gebruikt.

In de loop der jaren evolueerde de kruisboog tot een gevaarlijk wapen. De grote spankracht gaf hem immers een maximale dracht van ongeveer 300 meter, veel verder dan andere wapens in die tijd.      

Jos Vorsselmans

(°Brecht 10 juli 1887, †19 september 1978)

 

 

Jos Vorsselmans is zijn hele leven lang een belangrijke figuur geweest in het Kempische en Kalmthoutse gildeleven. Niet alleen was hij medestichter en opperhoofdman van de Hoge Gildenraad der Kempen, maar ook onder veel andere titels de hoofdman en erehoofdman van de Sint-Jorisgilde van Kalmthout.

De “meester” zoals vele hem gekend hebben, had veel interesse voor de geschiedenis van zijn streek. Hij was immers een archivaris van Kalmthout en heeft een groot aantal bijdragen geschreven over de plaatselijke geschiedenis en de schuttersgilden van zijn streek. Hij is onder andere de auteur van Kalmthout in de branding,een dagboek uit de Tweede Wereldoorlog.

Jos Vorsselmans heeft na de oorlog, in 1949, de Sint-Jorisgilde van Kalmthout terug opgericht. Met zijn hulp nam de gilde een nieuwe start en hebben een 15-tal personen de gilde-eed afgelegd. Tussen 1951 en 1975 is hij de hoofdman van de gilde. Hij echtte veel belang aan het behouden van de traditionele gebruiken van de gilden die in de eerste plaats verenigingen van schutters moesten zijn. Hij werd zelfs de eerste opperkoning van de voetboog.

Ter Nagedachtenis van hem, draagt een straat in Kalmthout zijn naam, de Meester Vorsselmanslaan.

Lees meer: Jos Vorsselmans

Gildeleven

Door de jaren heen ontwikkelde het gildeleven zich. Dat is niet anders voor de Sint Jorisgilde Kalmthout. We mogen daarom trots zijn dat we tot op vandaag nog altijd bestaan. Want de eerste schuttersgilden bestaan al sinds de 13de of 14de eeuw. Om een beter beeld te krijgen van hoe het verleden het heden nog altijd beïnvloedt, geven we graag een overzicht van het ontstaan van de gilden in het algemeen.

Vroeger verstonden we onder de term schuttersgilde een groep mannen die de taak had gekregen om een gemeenschap in de stad of op het platteland, met goedkeuring van de plaatselijke heer, te be-schutten. Wanneer de nood het hoogst was, moesten deze schutters zich bewapenen met het beste wapen om hun stad te verdedigen.Maar de leden van de schutterij hadden niet enkel voorrechten, ze hadden ook plichten, net zoals de andere burgers. Zo moesten ze bijvoorbeeld erg strikt gehoorzamen aan het wettige gezag.

Ten slotte kan je het ontstaan van de eerste schuttersgilden koppelen aan de ontwikkeling van de steden. Bij het verdedigen van een stad werden bijvoorbeeld de poorttorens en wallen bemand door kruisboogschutters.

Vandaag de dag is het erg moeilijk te achterhalen wie nu precies het initiatief genomen heeft tot de oprichting van de gilde. De vorst, zijn plaatsvervanger, de gildebroeders zelf of de stadsraad konden allemaal aan de oorsprong liggen van het ontstaan van een bepaalde gilde. Ook is het niet duidelijk of er altijd meteen een schuttersgilde werd opgericht of dat er sprake was van een al langer bestaand broederschap diezichplotseling op het gebruik van wapens ging toeleggen. 

Lees meer: Gildeleven

Koningsschieting

Een van de fijnste activiteiten in een schuttersgilde is de koningsschieting. Dan gaat de imitatievogel de hoge mast op. Gildebroeders- en zusters proberen dan om hem af te schieten. Soms begint de dag met een vroegmis in de kapel of kerk. Daarna trekken de leden naar de wip om in spanning te schieten of te supporteren. De persoon die erin slaagt om de imitatievogel in zijn geheel of de laatste restjes van de vogel af te schieten, wordt de koning van de gilde. De functie van gildekoning had vroeger meer betekenis dan nu. Het koningschieten vindt bij de meeste gilden jaarlijks plaats, maar voor de Kempische gilden gelden andere regels. De koning draagt een zilveren ketting of breuk wordt waaraan zilveren schildjes vasthangen. Wie drie achtereenvolgende keren koning schiet, is keizer voor het leven.